Connect 2be Present

In mijn werk maak ik gebruik van kennis over karakterstructuren en de manier waarop onze levensgeschiedenis zich vormt in het lichaam. Al vroeg in ons leven, vaak in de kindertijd, ontwikkelen we manieren om ons aan te passen aan onze omgeving. Deze aanpassingen ontstaan niet bewust, maar vanuit een diepe behoefte aan veiligheid, verbinding en overleving.
Wat we meemaken in die vroege jaren wordt niet alleen opgeslagen in ons geheugen, maar ook in ons lichaam. In onze houding, onze ademhaling, onze spierspanning en onze energetische stroom. Zo ontstaan karakterstructuren: lichamelijke en gedragsmatige patronen die ons ooit hebben geholpen en die zich later kunnen vastzetten als beschermende ‘maskers’.
In lichaamsgericht en energetisch werk kijken we niet naar deze structuren als iets wat ‘verkeerd’ is of opgelost moet worden. Ze laten juist zien hoe intelligent het lichaam is geweest in het vinden van manieren om om te gaan met wat er was. Door ze te herkennen en te verzachten, ontstaat er ruimte om weer meer contact te maken met de oorspronkelijke levenskracht, gevoeligheid en authenticiteit die daaronder liggen.
Er zijn verschillende karakterstructuren die elkaar vaak overlappen. Meestal herkennen mensen zich in meerdere structuren, waarbij één of twee vaak dominanter aanwezig zijn.
De schizoïde karakterstructuur ontstaat wanneer een kind zich al heel vroeg onveilig of overweldigd voelt. De reactie hierop is vaak een terugtrekken uit het lichaam en uit het contact. Dit kan zich later uiten in een gevoel van afstand tot het eigen lichaam, moeite met aarden of aanwezig zijn, en een neiging om vooral in het hoofd te leven. In het lichaam zien we vaak spanning rond de kern, een oppervlakkige ademhaling en weinig contact met de benen en voeten. In het werk nodigen we deze structuur uit om stap voor stap weer veilig te landen in het lichaam en het contact met de aarde en het leven te herstellen.
De orale karakterstructuur ontwikkelt zich wanneer er in de vroege kindertijd een tekort is ervaren in voeding, aandacht of emotionele beschikbaarheid. Dit kan leiden tot een diep verlangen naar verbinding, steun en bevestiging. In het lichaam kan dit zichtbaar zijn in een ingezakte houding, weinig spierspanning en moeite om zichzelf te dragen. Ademhaling en energie zijn vaak naar boven gericht. Het werk richt zich hier op het versterken van het lichaamsgevoel, het ontwikkelen van innerlijke steun en het leren ontvangen zonder afhankelijkheid.
De symbiotische karakterstructuur ontstaat wanneer er te weinig ruimte is geweest om een eigen identiteit te ontwikkelen, vaak doordat de band met een ouder te intens of verstrengeld was. Grenzen voelen onduidelijk en er kan een sterke neiging zijn om zich aan anderen aan te passen of te verliezen in relaties. In het lichaam zien we vaak spanning rondom het middenrif en moeite met afgrenzen. In het lichaamswerk ondersteunen we het voelen van de eigen ruimte, het ervaren van gezonde grenzen en het versterken van het eigen centrum.
De masochistische karakterstructuur ontwikkelt zich wanneer een kind leert dat het veiliger is om zichzelf in te houden dan om expressie te geven aan gevoelens zoals boosheid of kracht. Dit kan leiden tot een lichaam dat veel spanning vasthoudt, vooral in het bekken, de buik en de kaak. Emoties worden ingeslikt en vastgezet. In het werk creëren we ruimte voor ontlading, expressie en het toelaten van levensenergie, zodat het lichaam weer kan verzachten en vrijer kan bewegen.
De psychopathische karakterstructuur ontstaat wanneer een kind zich emotioneel verraden of diep onmachtig heeft gevoeld in zijn afhankelijkheid. Om zichzelf te beschermen, leert het kind de controle over te nemen en de leiding te houden: "Mij overkomt dit nooit meer." Dit uit zich later vaak in een sterke uitstraling met de energie hoog in het lichaam; een open borst en een krachtige, soms imponerende houding, terwijl er onderliggend een grote angst voor overgave en kwetsbaarheid leeft. De ademhaling blijft vaak hoog en gecontroleerd. In het werk nodigen we deze structuur uit om de beweging naar beneden weer te maken, contact te maken met het hart en de zachtheid, en te ervaren dat werkelijke kracht schuilt in de verbinding met de eigen onmacht.
De rigide karakterstructuur ontwikkelt zich wanneer de natuurlijke uitreiking van het kind naar liefde en passie werd beantwoord met afwijzing of een focus op 'gepast' gedrag. Het kind leert zijn gevoelens te beheersen achter een masker van trots en perfectie. Het lichaam wordt vaak recht, gespannen en zeer geproportioneerd gehouden, met een sterke rug die niet snel buigt. Er is een splitsing ontstaan tussen de liefde in het hart en het verlangen in het bekken, waardoor er weinig ruimte is voor spontane emotionele expressie of werkelijke overgave aan genot. In lichaamsgericht werk helpen we deze structuur om de controle los te laten, de pantsering te verzachten en de verbinding tussen het hart en de passie in het lichaam weer te herstellen.
In mijn begeleiding werken we niet aan het afbreken van deze structuren, maar aan het verzachten ervan. Door aandacht, zachtheid en aanwezigheid, kunnen bevroren emoties en oude kindsdelen weer in beweging komen en weer geïntegreerd worden in het systeem.
Zo ontstaat er ruimte voor meer vrijheid, vitaliteit en een diepere verbinding met jezelf. De littekens zijn de plekken waar het licht naar binnen schijnt. Als de dwangmatigheid om veilig te zijn “het masker” weer kan ontspannen schuilt daar een diepe talent “gift” onder.
